Index termen      
Buitenland
Buitenlandse termen
Apron: Witte kraag van Schotse Herder (Collie) en Shetland Sheepdog (Sheltie).
Basset: Zie brakken.
Bat ears: Zie vleermuisoren.
Beefy: Een te vette, vlezige en zware croupe.
Belton: Schimmelpatroon bij Engelse setters. Blue belton: wit met zwarte vlekjes; Lemon belton: Wit met citroen-kleurige vlekjes; Liver belton: wit met bruine vlekjes; Orange belton: wit met oranjekleurige vlekjes.
Bench: Kooi waarin op tentoonstellingen de honden ondergebracht worden.
Bitch: Teef (als tegenovergestelde van dog).
Black and tan: Zie tan.
Blitzen: Het zichtbaar zijn van de tanden bij een gesloten mond.
Bloat: Zie maagtorsie.
Blue and tan: Zie tan.
Blue belton: Zie belton.
Blue merle: Grijsblauw kleurpatroon met zwarte vlekjes.
Bone: Botsubstantie.
Bracke: Zie brakken.
Bracco: Zie staande honden.
Braque: Zie staande honden.
Brindle: Zie gestroomd.
Broken coat: Oude term voor ruwe, harde vacht.
Brush: Staart van Schotse Herder (Collie) en Shetland Sheepdog (Sheltie).
Burr: Zichtbare binnenzijde van het roze-oor bij de Engelse Buldog.
Butterfly nose: Zie vlinderneus.
Caille: Wit met gestroomde platen bij Franse Buldoggen.
Canis: Hond.
Canis familiaris: Huishond.
Chabot: Lange haren aan borst en hals.
Charbonne: Gele tot roodachtige haren met zwarte haarpunten (Tervuerense Herder).
Chien courant: Zie brakken.
Chien d'arret: Zie staande honden.
Cobby: Zie vierkant.
Croupe: Zie kruis.
Cushion: Opgevulde wangen.
Dew Claws: Zie hubertusklauwen.
Dishfaced: Zie wipneus.
Dog: Reu (als tegenovergestelde van bitch).
Downfaced: Een in een gebogen lijn verlopende schedel, van opzij bezien van achterhoofdsknobbel tot aan de neusspiegel (Bullterrier).
Dudley nose: Zie vleesneus.
Enceinte: Omrasterde ruimte op een tentoonstelling voor enkele honden tezamen.
Epagneul: Zie staande honden.
Faking: Aanbrengen van veranderingen aan het exterieur om de keurmeester te misleiden.
Fauve: Kleuraanduiding die loopt van tarwegeel tot rood-bruin.
Fawn: Beige- of reekleurig.
Field trial: Zie veldwedstrijd.
Griffon: Aanduiding voor ruwharige honden.
Hackeneng: Spronggewrichten staan te dicht bij elkaar, waarbij de middenvoeten wel parallel zijn.
Haw: Uitgezakt onderste ooglid. (Niet te verwarren met ectropion !!).
Heeler: Hond die het vee opdrijft door het in de hielen (hakken) te bijten.
Hound: Zie brakken.
Houndmarked: Wit met rode aftekeningen en een zwart zadel.
Kissing spots: Kleine, roodbruine vlekjes op de wangen van de Black and Tan Terrier.
Laufhund: Zie brakken.
Lay back: Teruggeslagen neus (Pekingees).
Level: Op één lijn; gebruikt voor rug en gebit.
Lemon belton: Zie belton.
Liver and tan: Zie tan.
Liver belton: Zie belton.
Muzzle: Voorsnuit.
Occiput: Zie achterhoofdsknobbel.
Orange belton: Zie belton.
Overshot: Zie bovenvoorbijten.
Parforce jacht: Jacht met lange honden.
Pointer: Zie staande honden.
Powder puff: Een op het gehele lichaam behaarde naakthond.
Racy: Op snelheid gebouwd.
Ridge: Zie pronk.
Roach: Zie karperrug.
Sable: Grijze, bruine of oranjerode vacht, al dan niet met zwarte haarpunten.
Saddle: Zie zadel.
Scowl: Zware frons als bij Chow Chows.
Screw tail: Zie kurketrekkerstaart.
Segugio: Zie brakken.
Selfmarked: Een geheel gekleurde hond met eventueel kleine witte aftekeningen aan borst, voeten en staart.
Single tracking: Zie éénsporig gaan.
Snap dog: Het venijnig uitvallen naar andere honden door een Whippet.
Snipy: Voorsnuit of vang die te spits is.
Sound: Een term voor een hond die soepel beweegt, in optimale conditie verkeert en waarvan alle onderdelen goed bij elkaar passen.
Split eye: Een oog waarin twee kleuren voorkomen; meestal een driehoekig blauw vlekie in een bruine iris.
Stöbern: Het opstoten en voor de jager brengen van het wild.
Sworra: Een groep van 3 barsois op wolvejacht.
Tan: Geelachtige tot roodbruine aftekeningen aan het hoofd, op de borst, aan de benen en de onderzijde van de staart. Black and tan: zwart met tanaftekeningen; Blue and tan: blauw/blauwgrijs met tanaftekeningen; Liver and tan: bruin met tanaftekeningen.
Ticking: Kleine vlekjes op een witte ondergrond.
Top knot: Rijkelijke schedelbeharing die een kuif vormt (Dandie Dinmont Terrier).
Totverbellen: Huilend geluid van staande jachthonden die een niet te apporteren stuk grootwild hebben gevonden.
Totverweisen: Na het vinden van een aangeschoten stuk grootwild terugkomen bij de jager en hem naar de plek brengen waar het wild ligt.
Tricolo(u)r: Zie driekleur.
Turnup: Opgebogen onderkaak (Engelse Buldog).
Undershot: Zie onderbijten.
Vorstehhund: Zie staande honden.
Wall eye: Zie glasoog.
Wheaten: Tarwekleurig.
Whiskers: Baard bij Airedale, Lakeland en Welsh Terrier.
 
naar boven