Artikel
     
Levershunt
Artikel is afkomstig van de Faculteit der diergeneeskunde te Utrecht.

Een levershunt is geen rasgebonden probleem bij de Berner Sennenhond, maar ook bij de Berner zijn gevallen van levershunt bekend.

Onderstaand een zeer compleet artikel over levershunt. U vindt hier informatie over wat een Portosystemische shunt is, over de verschijnselen, over de procedure levershuntcontrole, inclusief de mogelijkheid om een aanvraag te doen voor levershunt-controle formulieren. Tevens wordt verder ingegaan op vervolgonderzoek, nl. de ammoniak tolerantietest en de perfusie-scan, en over de mogelijkheden als er een levershunt is geconstateerd. Tenslotte nog informatie over individueel testen van honden, de vererving en de risico-analyse levershunt.

Portosystemische shunt:

Een aangeboren afwijking die voorkomt bij de Cairn Terrier (en vele andere rassen) is de portosystemische shunt. Sinds tien jaar wordt een groot aantal Cairn Terrierpups op deze afwijking getest. Vanaf 1991 zijn ruim 5000 pups op levershunt getest. Gebleken is dat ca. 1% van de pups de afwijking heeft.

Wat is een Portosystemische shunt?:

Om de afwijking 'portosystemische shunt' te begrijpen is het van belang te weten hoe de situatie bij een gezonde hond is. Al het bloed, dat afkomstig is uit de maag, de darmen en andere buikorganen, verzamelt zich in de poortader, die in de lever uitmondt. Met dit bloed worden alle stoffen, die in de darmen worden opgenomen, naar de lever vervoerd. Naast nuttige voedingsstoffen worden uit de darmen ook uiterst giftige stoffen in het bloed opgenomen. De lever heeft als taak de giftige stoffen uit het poortaderbloed te verwijderen, zodat die niet in het lichaam kunnen binnendringen.

Een portosystemische shunt is een bloedvat dat de poortader verbindt met de achterste holle ader, die naar het hart loopt. Zo'n shunt is normaal niet aanwezig, het is dus een extra aangelegd bloedvat.

Het gevolg van een shunt zal duidelijk zijn: het poortaderbloed stroomt grotendeels door de shunt buiten de lever om naar de achterste holle ader. Daarmee komen ook de giftige stoffen vanuit de darmen direkt in het lichaam terecht. Een dier met zo'n aangeboren shunt wordt daardoor langzamerhand vergiftigd. Bovendien werkt de lever niet goed omdat er veel minder bloed dan normaal in de lever aankomt.

Verschijnselen:

De symptomen van een portosystemische shunt kunnen soms al op heel jonge leeftijd worden opgemerkt, maar het kan ook tot anderhalf jaar duren voordat verschijnselen gezien worden. Dit betekent dus dat een fokker bij een nest pups van negen weken niet met zekerheid kan zien of één van de pups een shunt heeft. Een goed uitgevoerde ammoniak-test is de enige mogelijkheid om zekerheid te krijgen.

Niet altijd zijn de symptomen van een shunt even duidelijk en meestal vertoont één hond niet alle symptomen.

Wat zijn mogelijke verschijnselen?
1. snel moe worden.
2. sloom zijn.
3. veel drinken en veel plassen.
4. vertraagde groei, 'achterblijvertje'.
5. braken, soms ook diarree.
6. blaasontsteking, persen op de urine.
7. 'hersenverschijnselen'.

Hersenverschijnselen houden in: kwijlen, onhandig drinken, moeilijk slikken, 'dronken lopen', omvallen, dwangmatige bewegingen maken (zoals in cirkels lopen of door de muur willen lopen), schijnbaar blind zijn, slecht op prikkels reageren, toevallen hebben, plotseling in slaap vallen. De verschijnselen zijn vaak wisselend in ernst; een hond kan de ene dag heel normaal lijken en de volgende dag slecht zijn. Soms is een hond vooral de eerste uren na de maaltijd ziek.

Procedure levershunt-controle:

Om voor pupinformatie van de Nederlandse Cairn Terrier Club in aanmerking te komen is levershunt-controle van het gehele nest een voorwaarde. Daarnaast laat een overgrote meerderheid van de fokkers hun nesten pups op eigen initiatief testen via de Nederlandse Cairn Terrier Club. Publicatie van de uitslagen vindt plaats in het Cairn-Nieuws, het clubblad van de Nederlandse Cairn Terrier Club

Levershunt-controle van nesten Cairn Terriers via de Nederlandse Cairn Terrier Club is mogelijk in een aantal -specifiek daarvoor aangewezen- dierenartsenpraktijken en in de kliniek voor gezelschapsdieren van de Rijksuniversiteit Utrecht.

Het nest wordt -voordat de pups zes weken oud zijn- opgegeven bij de cordinator shuntcontrole van de Nederlandse Cairn Terrier Club, via het aanmeldingsformulier op deze site of telefonisch bij Marijke de Vries, telefoon: 0180 551310. De fokker ontvangt na aanmelding de testformulieren en een toelichting op de procedure thuis. Na het chippen vult de fokker de chipnummers van de pups op de formulieren in en ondertekent ze. Wil een fokker het nest door de Kliniek in Utrecht laten onderzoeken, dan dient de afspraak via de Nederlandse Cairn Terrier Club gemaakt te worden. Wordt het nest getest door een van de andere aangwezen dierenartsen, dan kan de fokker rechtsstreeks met deze dierenartspraktijk een afspraak maken. Bij de controle dienen de testformulieren en een kopie van de stamboom van vader- en moederhond en een kopie van het rose chipformulier ingeleverd te worden. Pups worden pas getest nadat zij gechipt zijn.

Bloedafname:

Om een portosytemische shunt vast te stellen wordt een bloedonderzoek op ammoniak verricht. De hond dient hiervoor nuchter te zijn; dat wil zeggen dat hij of zij na 23.00 uur op de dag voorafgaand aan het onderzoek niet meer mag eten (ook niet drinken bij de moederhond). Het drinken van water is wel toegestaan.

De meeste dierenartsen zullen bloed afnemen uit de hals; in de meeste gevallen gaat dit snel en eenvoudig. Bij tegenstribbelende pups kan het voorkomen dat er mis geprikt wordt en de dierenarts het nogmaals zal moeten proberen. Het is daarom van belang dat pups gewend zijn vastgehouden te worden!

Bloedafname dient zeer nauwkeurig te gebeuren om foutieve uitslagen te voorkomen. De dierenarts zal hiervoor de nodige voorzorgsmaatregelen treffen.

De kosten voor een ammoniak-test bedragen ca. 20,-- euro per pup in de Kliniek in Utrecht; bij de overige aangewezen dierenartsen ligt dit hoger.

De uitslag:

Snel na het afnemen van het bloed ontvangt de fokker de uitslag. Als de pups in de universiteitskliniek in Utrecht zijn getest, krijgt de fokker de uitslag de volgende dag telefonisch. Bij de andere dierenartsen zult u over het algemeen gelijk de uitslag krijgen. Zo spoedig mogelijk na de test krijgt de fokker het testformulier met de uitslagen toegezonden. In principe moet de ammoniak-waarde onder de 45 umol/l liggen. In de praktijk wordt nader onderzoek verricht als de gevonden ammoniakwaarde 60 umol/l of hoger is. De ervaring heeft geleerd dat de overgrote meerderheid van pups met een ammoniakwaarde tussen de 45 en 60 geen shunt heeft. Daarom is de grens bij 60 umol/l gelegd. Echter: er zijn meerdere gevallen bekend van Cairn-pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l die wél een shunt hadden. Heeft een pup dus een ammoniakwaarde, die 60 umol/l of hoger is, dan wordt standaard verder onderzoek gedaan. Voor fokkers van pups met ammoniakwaarden tussen de 50 en 60 umol/l is het nadere onderzoek niet verplicht, maar wel aan te raden.

Voor veel fokkers is het moeilijk te begrijpen dat een pup met een ammoniakwaarde van 57 umol/l wel een shunt kan hebben, terwijl een pup met een waarde van 78 umol/l dit mogelijk niet heeft. Men moet zich hierbij realiseren dat het bij deze test gaat om het meten van een uiterst kleine hoeveelheid ammoniak in het bloed. Alleen een test, welke volgens een speciale methode, zeer zorgvuldig wordt uitgevoerd, is betrouwbaar.

In de praktijk blijkt dat er bij de uitslagen tussen de 50 en 80 umol/l sprake is van een "grijs" gebied: òf de hond heeft een shunt en door toevallige oorzaken geen zeer sterk verhoogde ammoniakwaarde òf de hond heeft geen shunt maar door toevallige oorzaken wel een enigszins verhoogde ammoniakwaarde. Alleen nader onderzoek kan in dit grijze gebied duidelijkheid verschaffen.

Nogmaals: bij een pup met een waarde vanaf 60 umol/l wordt standaard nader onderzoek verricht; voor pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l wordt het aanbevolen.

Ammoniak-tolerantie-test:

Bij pups met een verhoogde ammoniakwaarde wordt een ammoniak-tolerantie-test uitgevoerd. Allereerst wordt bij de hond een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Daarna wordt een kleine hoeveelheid ammoniak-oplossing in de endeldarm ingebracht, welke hoeveelheid bij gezonde honden door de lever wordt uitgezeefd. Na 20 en 40 minuten wordt nogmaals een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Bij gezonde dieren vindt geen stijging van de ammoniakconcentratie plaats, bij dieren met een portosystemische shunt vindt er een zeer duidelijke stijging plaats (meestal tot boven de 150 umol/l). Er is geen relatie tussen de hoogte van de ammoniakconcentratie en de grootte van de shunt of de ernst van de verschijnselen. Helaas is er ook in de ammoniaktolerantietest sprake van een 'grijs' gebied: heel soms vindt er een geringe verhoging van het ammoniak plaats, die hoogstwaarschijnlijk als normaal moet worden beschouwd. Het overdoen van de ammoniaktolerantietest is een mogelijkheid om uitsluitsel te krijgen of er inderdaad geen shunt aanwezig is.

De ammoniak-tolerantie-test is niet belastend voor de volwassen hond en ook niet voor een pup.

De kosten voor de ammoniak-tolerantie-test bedragen in Utrecht circa 32,50- euro bij de overige dierenartsen moet u rekenen op een hoger bedrag.

Perfusie-scan:

Er is inmiddels een methode ontwikkeld waardoor met zekerheid vastgesteld kan worden of de hond een portosystemische shunt heeft: de perfusie-scan.

Dit is nog geen standaard onderzoek. Als de dierenarts die de shunt-controle uitvoert een perfusie-scan noodzakelijk vindt, zal hij/zij dit met u overleggen.

Tijdens een perfusie-scan (ook wel shunt-fraktiemeting genoemd) kan -indien aanwezig- de shunt zichtbaar gemaakt worden met behulp van apparatuur. Tevens kan de mate van shunting bepaald worden (dat wil zeggen: het percentage bloed dat om de lever heenstroomt wordt berekend).

De perfusie-scan kan alleen in de Kliniek in Utrecht worden uitgevoerd.

Wat te doen bij een shunt?:

Uiteindelijk is een portosytemische shunt dodelijk. De hond 'groeit er niet overheen' en de shunt gaat ook niet vanzelf dicht.

In principe zijn er twee oplossingen:

Operatie;

In principe wordt een portosystemische shunt behandeld door hem operatief af te sluiten. Het type shunt dat bij de Cairn Terrier voorkomt (de extrahepathische shunt) is gelukkig goed operabel. Tegenwoordig wordt de shunt niet altijd helemaal afgesloten, maar wel zoveel mogelijk. Het sluiten van een portosystemische shunt is specialistisch werk: te veel sluiten kan leverstuwing geven, te veel openlaten geeft onvoldoende effekt. De meeste Cairns met een portosystemische shunt worden op een leeftijd van 3-4 maanden geopereerd.

Het succespercentage ligt bij de Cairn Terrier op 85%.

Na een geslaagde operatie kan een hond met een portosystemische shunt een normaal leven leiden en hoeft op geen enkel terrein ontzien te worden. Men moet zich echter wel realiseren dat hoewel het dier gezond is, hij of zij nog steeds drager van de erfelijke informatie die de shunt veroorzaakte is! Gebruik van een geopereerde hond voor de fokkerij is dus volstrekt af te raden!

De kosten van een operatie bedragen ongeveer 750,-- euro.

Afhankelijk van de situatie kan de behandeld dierenarts de hond tot het moment van de operatie een speciaal dieet voorschrijven.

Euthanasie;

Als om wat voor reden dan ook niet voor een operatie gekozen wordt, nadat vaststaat dat de hond aan een portosystemische shunt lijdt, is de meest reeële oplossing de hond in te laten slapen, voordat de shunt-verschijnselen zich voor gaan doen.

Individuele testen:

Het kan zijn dat bij een hond uit een niet-gekontroleerd nest verschijnselen optreden, die de eigenaar of de dierenarts doen denken aan een portosystemische shunt. In dit geval kan de behandelend dierenarts een afspraak maken met de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht.

Als iemand een pup uit een niet-gekontroleerd nest heeft gekocht en deze voor de zekerheid wil laten testen door de Kliniek in Utrecht of door n van de aangewezen dierenartsen kan daarvoor kontakt opgenomen worden met de Nederlandse Cairn Terrier Club. De eigenaar van de pup krijgt dan individuele testformulieren toegestuurd.

Vererving:

Over het ontstaan van de portosystemische shunt is nog weinig bekend. De Cairn Terrier is niet het enige ras waarbij de shunt wordt vastgesteld, bij vele andere rassen is de shunt gekonstateerd.

De deskundigen gaan er vanuit dat er in elk geval erfelijke faktoren in het spel zijn. De meest waarschijnlijke wijze van vererving voor de portosystemische shunt is de polygene overerving, dat wil zeggen dat er meerdere genenparen bij betrokken zijn. De vererving is daardoor een zeer ingewikkelde zaak. De resultaten van de proefparingen ondersteunen deze konklusie. Zolang er nog geen 100% duidelijkheid is over de wijze van vererving van de portosystemische shunt wordt fokkers vooralsnog niet het advies gegeven een ouderdier met een nakomeling met een portosystemische shunt van de fokkerij uit te sluiten. Wel wordt door de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht afgeraden de combinatie waaruit een pup met een portosystemische shunt is geboren te herhalen. Thans is men druk bezig met de voorbereidingen voor DNA onderzoek naar de shunt.

Risico analyse levershunt:

Sinds medio 2000 is het mogelijk om als een fokker van plan is met bepaalde ouderdieren een nest te gaan fokken de Nederlandse Cairn Terrier Club te vragen naar een schatting van het shuntrisico in deze combinatie. Dit is een statistische analyse aan de hand van de shunt-uitslagen, zoals die al jarenlang zijn verzameld. Omdat alle uitslagen al diverse jaren gepubliceerd worden, hebben fokkers al gebruik gemaakt van deze uitslagen om de meest risicovolle combinaties te vermijden. Het percentage shuntlijders is in een aantal jaren gedaald van 3% tot onder de 1%. In de praktijk blijkt echter dat sommige fokkers het risico beter "kennen"; dan anderen. Bovendien wordt dit inzicht per generatie ingewikkelder! De risico analyse is een methode om op verantwoorde wijze een risicoschatting uit te voeren en te controleren.

De bedoeling van de risico-schatting is de fokkers een handvat te geven het shunt-risico in de afweging bij het zoeken naar een geschikte combinatie mee te laten wegen. Het is zeker niet de bedoeling om het fokkerij-beleid over te nemen. Bij een relatief hoog risico zou je als fokker kunnen nadenken over alternatieven. Overigens moet men zich wel realiseren dat er altijd een kans op een shunt bestaat, ook in een combinatie met een absoluut en relatief laag risico: een kans van 0.38% is weliswaar heel klein, maar nog steeds bestaat de kans op een pup met een shunt.

Risico-analyses levershunt kunnen telefonisch worden aangevraagd bij Marijke de Vries, telefoon: 0180-551310 Hiervoor zijn nodig de NHSB-nummers van de beoogde vader en moederhond (en eventueel de NHSB-nummers van de grootouders).

Over genomen van de website van de V.B.S.H.
 
naar boven