|
Kinderen tot ongeveer twaalf jaar worden
door de meeste honden gezien als ranglagere (lager in rang). Daarom
mogen honden en kinderen nooit alleen worden gelaten. Een hond
accepteert geen leiding van een ranglagere en kan altijd besluiten
het kind te gaan corrigeren. De meeste honden doen dit eerst door
te grommen en snauwen. Als dat niet wordt begrepen, gaat de hond
over op een zwaarder correctiemiddel: bijten. Deze tips zorgen
ervoor dat kinderen en honden goed met elkaar omgaan.
De hond niet
benaderen als hij slaapt; ook een hond heeft immers recht op rust.
Een hond kan corrigeren als een kind hem steeds weer uit de slaap
houdt.
De hond altijd
met rust laten wanneer hij eet. Vertoont een hond agressie bij
de voerbak, Iaat hem dan apart eten en ga onder begeleiding van
een deskundige het gedrag herconditioneren.
Geen trekspelletjes
doen met de hond. De hond zal deze bijna altijd winnen en dat
betekent voor de hond de bevestiging dat hij hoger in rang staat
dan het kind.
Het kind nooit
op de hond laten klimmen, zitten, hangen, enz. Boven op hem zitten,
kan voor de hond lijken op een dominantiehandeling en de kans
bestaat dat hij hiertegen in verweer gaat.
Laat het kind
niet in de mand van de hond slapen en de hond niet bij het kind
in bed. Honden horen laag te slapen om duidelijk aan te geven
dat zij in het gezin geen ranghoge positie innemen.
Het kind leren
de hond niet in de ogen te staren; een hond kan dit als dreiging
ervaren.
Het kind en de hond niet laten stoeien, een hond stoeit met zijn
tanden en gebruikt spel onder andere om hoger in de rangorde te
komen. Ook kan spel overgaan in een serieus conflict; een hond
kan dan overgaan tot echt bijten.
Het kind leren
dat hij niet naar de hond toeloopt, maar de hond naar hem toe
roept. Immers: in de meeste gevallen gaat de ranglagere naar de
ranghogere. De uitzonderingen op deze regel zijn voor een kind
niet duidelijk.
Het kind leren
niet een onbekende hond te aaien, zonder toestemming van ouders
en de eigenaar van de hond.
Het kind leren
nooit een hond te aaien die ergens vastgemaakt staat, bijvoorbeeld
bij een winkel.
Leer het kind
om niet zijn handen door een openstaand raam van een auto te steken
om een vreemde hond te aaien; veel honden verdedigen de auto.
Ook honden die achter een hek zitten: niet aaien.
Het kind niet
straffen in het bijzijn van de hond. Een hond kan besluiten zijn
roedelleider te helpen met de opvoeding van het kind.
Voor vragen over hondengedrag kunt u op werkdagen bellen met 0900-2020653
|