Honden zijn roedeldieren en dat betekent dat zij over het
algemeen de leider van de roedel (de baas) goed volgen. Toch zien
we vaak dat honden niet komen als ze door hun baas worden geroepen.
Hoe komt dit nu? Er zijn verschillende mogelijke oorzaken. De
meeste zijn onbewust aangeleerd
Straffen op het verkeerde tijdstip:
Stel de hond is weggelopen en komt na enige uurtjes zwerven weer
naar huis. De baas is dan behoorlijk kwaad en straft de hond in
de veronderstelling dat het dier zo'n stunt nooit meer zal uithalen.
Voor de hond heeft deze straf echter een hele andere betekenis.
Hij werd gestraft op het moment dat hij terugkwam bij de baas
en niet toen hij wegliep. Honden zijn niet in staat het verband
te zien tussen de straf en het gedrag dat zij eerder vertoonden.
Straf kan dus alleen opgelegd worden als het (verkeerde) gedrag
op dat moment aanwezig is. In ons voorbeeld werd de hond dus gestraft
voor het terugkomen bij de baas. De volgende keer kijkt hij wel
uit om naar zijn baas terug te komen.
Hetzelfde principe vinden we terug bij een hond die iets misdaan
heeft. De baas roept hem bij zich en straft hem voor de gemaakte
fout. De hond ervaart dit als straf voor het naar de baas toekomen
en niet als straf voor de gemaakte fout.
Deze twee voorbeelden maken duidelijk dat een hond die bij de
baas komt, nooit gestraft mag worden, maar juist moet worden beloond.
Hij toont immers goed gedrag. Bij de baas komen moet altijd een
feest zijn. Als u verkeerd gedrag toch wilt bestraffen, is het
beslist nodig die straf te geven op het moment dat de hond de
fout in gaat en geen halve seconde later.
Wegnemen van iets prettigs:
Een andere manier waarop sommige bazen, onbewust, zorgen dat hun
hond niet meer komt; is door hem iets prettigs af te nemen als
hij toch komt
U maakt een wandeling door het bos en de hond mag vrij rondlopen.
Na een tijdje ziet u een andere wandelaar en u roept uw hond naar
u toe. Met de beste bedoelingen doet u hem aan de lijn, zodat
hij do wandelaar niet kan lastigvallen. Voor de hond betekent
dit het einde van zijn vrijheid. Als dit voorbeeld zich een aantal
keren herhaalt, zal de hond steeds minder graag bij de baas terugkomen.
Hij wil liever zijn vrijheid behouden.
Om dit probleem te voorkomen, kunt u het volgende doen. Laat uw
hond rustig vrij rondlopen, maar roep hem regelmatig bij u, ook
als er geen andere wandelaars in de buurt zijn. Als hij bij u
komt beloont u hem met een aai of een vriendelijk woord en geeft
hem meteen weer zijn vrijheid. Hierdoor leert de hond dat bij
de baas komen niet het einde van zijn vrijheid betekent, maar
dat het hem juist iets extra's oplevert U zult zien dat hij graag
naar u toekomt. Als u hem roept wanneer er een voorbijganger langs
komt zal hij u op deze manier wel gehoorzamen.
Eenzelfde voorbeeld kunnen we in de thuissituatie geven. Uw hond
speelt lekker in de tuin en u roept hem naar binnen. Als hij binnen
is moet hij in zijn mand. Op deze manier is hem iets prettigs
ontnomen (het buiten spelen). Wanneer deze situatie zich een paar
keer heeft herhaald, zal de hond niet snel meer komen als u hem
roept Hij vindt immers buiten spelen veel leuker dan in zijn mand
liggen. Het is een goede oplossing om de hond die buiten speelt
regelmatig even bij u te roepen en hem dan te belonen. Daarna
mag hij onmiddellijk weer gaan spelen. Als hij echt naar binnen
moet roept u hem en gaat even iets prettigs met hem doen. Dan
ervaart de hond naar binnenkomen als leuker dan buiten spelen.
Verkeerd aangeleerd:
Een hele belangrijke reden waarom een hond op een dag niet goed
meer luistert, is het verkeerde gebruik van het bevel 'kom hier'.
Honden leren bevelen doordat ze deze combineren met hun gedragshandeling.
Een hond die niet goed luistert naar het bevel wordt meerdere
keren geroepen met dezelfde woorden. Dit bevel wordt dus steeds
gegeven samen met een bepaalde gedragshandeling van de hond, maar
dat is niet 'komen'. Dus leert de hond dat 'kom hier' iets heel
anders betekent dan het echte hier komen.
Het volgende voorbeeld verduidelijkt dit. U wandelt met uw hond
over de heide. Hij is niet aangelijnd en amuseert zich prima.
Na een tijdje wilt u de hond terugroepen en u geeft het bevel
'kom hier'. Precies op dat moment heeft de hond een interessant
geurspoor te pakken en begint te snuffelen.
Hij komt dan ook niet naar u toe. U roept nu een paar keer, want
de hond komt nog steeds niet en blijft verder snuffelen. Wat leert
de hond hier nu?
Samen met het bevel vindt de gedragshandeling 'snuffelen' plaats.
De hond legt dus de link tussen het 'snuffelen' en 'kom hier'.
Vanaf nu zal de hond gaan snuffelen als de baas 'kom hier' roept.
Zo is het duidelijk dat een hond iets zeer snel aanleert zonder
dat u het beseft. Om dit probleem te voorkomen mag u tijdens het
aanleren van 'kom hier" het bevel alleen maar gebruiken als
u zeker weet dat de hond zal komen. Wanneer hij niet op uw bevel
reageert, probeer hem dan op allerlei andere manieren te lokken,
maar gebruik het bevel 'kom hier' nu niet. Honden die slecht naar
het bevel luisteren, kunnen beter eerst worden aangelijnd aan
een lange lijn voordat het komen wordt aangeleerd. Hierdoor wordt
voorkomen dat de hond beloond wordt voor het wegblijven.
'Hier komen' aanleren:
U kunt het beste een rustige plaats opzoeken waar de hond niet
afgeleid wordt. Dit kan heel goed binnenshuis. Hier is de hond
immers al gewend. Om het 'hier komen' aan te lerenmoet u wel met
twee mensen zijn. De basis van deze oefening is om de hond te
leren dat hier komen heel prettig is. Hiervoor gaan de beide personen
ongeveer vijf meter van elkaar staan en houden ieder een brokje
bij de hand. De ene persoon lokt de hond met dat brokje zonder
het bevel 'kom hier' te gebruiken. Als de hond inderdaad komt,
zegt die persoon 'kom hier,' en geeft hem onmiddellijk het brokje.
Dan begint de andere persoon de hond te lokken. Ook deze spreekt
pas het bevel 'kom hier' uit als de hond zeker naar hem toe komt
en geeft hem bij aankomst het brokje. Dit spelletje wordt nu enkele
minuten herhaald. Het is duidelijk dat de hond het heel prettig
vindt om tussen de twee mensen heen en weer te lopen.
Geleidelijk wordt de afstand tussen de beide personen opgebouwd,
zodat de hond steeds verder moet lopen om bij iemand terecht te
komen. Door steeds weer het bevel 'kom hier,' te gebruiken als
de hond goed komt, zal hij het verband zien tussen 'kom hier'
en zijn gedragshandeling van het komen. 'Kom hier' betekent nu
dat er iets prettigs plaatsvindt bij degene die hem riep.
Na enkele dagen op deze manier werken, gaat u over op de volgende
stap. Let wel, de hond moet al perfect tussen deze mensen op en
neer lopen, voordat u verder gaat.
Nu doet u precies dezelfde oefening, maar in een andere omgeving
weer zonder dat de hond kan worden afgeleid door bijvoorbeeld
mensen, verkeer of andere dieren. Gaat de effening nu op verschillende
plaatsen (zonder afleiding) goed, dan begint u de oefening te
verzwaren door gebruik te maken van een kleine afleiding. Het
is dan belangrijk om er voor te zorgen dat de hond nooit bij de
afleiding kan komen of, nog erger, er een beloning van ontvangt.
Zorg er dus voor dat er een hekje is tussen de hond en de afleiding.
U kunt ook de hond aan een lange lijn vastmaken, zodat hij niet
weg kan. Als de hond de gelegenheid heeft om de fout in te gaan
en hij ontvangt een beloning van de afleiding, kunt u helemaal
opnieuw beginnen. Het aanleren gaat dan waarschijnlijk veel moeilijker
Geleidelijk dient het afleidingsniveau opgevoerd te worden en
moet het 'hier komen' gedrag op veel meer plaatsen geoefend te
worden om te voorkomen dat de hond alleen maar gehoorzaam is op
een bepaalde plaats.
Aangelijnd lukt het wel, los niet!:
Veel honden gehoorzamen goed als ze zijn aangelijnd. Kunnen ze
echter vrij zonder lijn, rondlopen dan gehoorzamen ze helemaal
niet meer. Bij deze honden zal het aanleren van 'hier komen',
zoals hiervoor beschreven, niet voldoende zijn. Deze honden moet
ook nog eens geleerd warden dat er geen verschil is tussen aangelijnd
en vrij rondlopen. Hiervoor lijnt u de hond aan met een lang dun
sterk touw van ongeveer 15 meter. U laat de hond vrij rondlopen
terwijl u het touw vasthoudt en roept hem bij u zoals hierboven
beschreven. Als de hond nu goed op bevel komt, laat u het uiteinde
van het touw vallen. De hond is nu echt vrij maar dat weet hij
zelf nog niet, omdat hij het gewicht van de lijn in zijn nek voelt.
Vanaf nu knipt u telkens een stukje van de lijn af als de hond
na het bevel is gekomen. Hierdoor wordt langzamerhand het gewicht
van de lijn minder en deze wordt dus letterlijk weggetraind. Als
de lijn nog lang is, kunt u rustig ongeveer een meter per keer
eraf knippen. Hoe korter de lijn wordt hoe kleiner de stukjes
die u wegknipt. Helemaal op het einde van de training (na enkele
dagen of weken oefenen) zal er nog maar een klein stukje touw
aan de halsband hangen. Dat touwtje geeft de hond het gevoel dat
hij is aangelijnd en zorgt ervoor dat hij altijd zal komen als
de baas hem roept. . |