De hoeveelheid voer die een hond spontaan tot zich neemt
zou voldoende energie moeten leveren om de behoefte aan energie
te dekken. Als deze behoefte is gedekt dan zou, bij een uitgebalanceerd
voer, ook de behoefte aan vitaminen, mineralen en eiwitten gedekt
moeten zijn.
De smakelijkheid van industriële diervoeders moet deze spontane
opname bevorderen echter zonder overconsumptie uit te lokken.
Honden of puppies kunnen soms voor langere tijd weigeren te eten.
Het is van belang om de mogelijke oorzaken te kennen van deze
verminderde eetlust om gepaste maatregelen te kunnen nemen.
I FACTOREN DIE SPONTANE OPNAME BEÏNVLOEDEN
Diergebonden
1. Ras
Sommige rassen hebben voorkeur ten aanzien van consistentie en
aspect van het voer, dit geldt met name voor de kleine rassen.
Deze rassen weigeren harde brokken en hebben voorkeur voor diners
en blikvoer.
2. Individueel
Honden zijn snel geconditioneerd op een soort voer. Verandering
van soort voer dient geleidelijk te geschieden en enige volharding
van de eigenaar is gewenst als een hond het voer blijft weigeren.
Door het bepalen door de eigenaar van het soort voer dat de hond
moet eten wordt de gezagsverhouding bevestigd.
3. Fysiologisch stadium
Puppies
Spenen is een periode van veel stress voor een pup. De overgang
van de moedermelk naar vast(er) voedsel dient geleidelijk te geschieden.
Voedsel kan eerst met melk geweekt worden aangeboden, later kan
dit weken met water gebeuren.
Het is normaal dat een pup weinig eetlust vertoont in een nieuwe
omgeving. De eigenaar moet op vaste tijden voedsel blijven aanbieden,
tussen de maaltijden dient de bak verwijderd te worden omdat de
hond anders gaat wennen aan de hele dag door eten.
Lacterende
teven
Aan het einde van de lactatie valt de eetlust altijd terug omdat
er minder melk geproduceerd hoeft te worden. Ook aan het begin
van de lactatie is de eetlust gering, daarna neemt deze snel een
enorme omvang aan zodat voeren met een puppy- of prestatievoer
zeker op zijn plaats is.
Loopse teven
Tijdens de loopsheid zijn de meeste teven nauwelijks geïnteresseerd
in voeding, ook een eventuele mannelijke soortgenoot in de naaste
omgeving kan dusdanig van slag zijn dat eten hem niet meer interesseert.
Schijnzwangerschap
Schijnzwangerschap kan veel verschillende gedragsveranderingen
bij een teef opwekken. Zowel een toe- als afname van de eetlust
is dan mogelijk.
Gaat de schijnzwangerschap gepaard met melkgift dan kan door de
voeding te verschralen deze melkgift teruggedrongen worden. Uit
de RCCI-lijn komt een produkt zoals LA23 hier voor in aanmerking.
Activiteit
Na een zware inspanning weigert een vermoeide hond vaak te eten.
Drinken is op zo'n moment belangrijker en met name sledehonden
dienen hierin dan ook getraind te worden.
Voedsel kan in een later stadium aangeboden worden als een hond
tot rust is gekomen.
Omgevingsgebonden
1. Temperatuur
Een hoge temperatuur doet de eetlust afnemen, een geconcentreerder
voer kan dan een uitkomst zijn.
2. Voedingsschema
Het verdient aanbeveling om voer op vaste tijden aan te bieden,
dit is beter dan een ad lib (onbeperkte)
voeding.
Sommige honden vinden het onprettig als men in de buurt blijft,
men moet een hond in alle rust laten eten.
3. Tussendoortjes
Alle snacks tussen maaltijden door dienen achterwege gelaten te
worden, omdat het hier meestal zeer smakelijke zaken betreft heeft
de hond de neiging zijn voorkeur te verleggen naar de snacks waardoor
het normale voedsel geweigerd gaat worden.
Voergebonden
1. Eigenschappen
Een brok kan eigenschappen hebben die een hond minder bevallen.
Voor kleine rassen mag
bijvoorbeeld de brok niet te groot en niet te hard zijn.
2. Bederf
Door langdurige opslag kan de reuk verloren gaan en het produkt
minder aantrekkelijk worden. Door moderne verpakkingstechnieken
wordt dit zoveel mogelijk tegen gegaan.
Door onjuiste opslag kan ook schimmelvorming optreden of oxydatie.
Een en ander leidt tot smaak- en/of geurbederf.
We moeten ons realiseren dat de reuk van een hond honderden malen
sterker is dan die van de mens zodat een hond wegens geurbederf
een voer kan weigeren ondanks het feit dat de eigenaar nog niets
afwijkends aan het voer kan waarnemen.
3. Samenstelling
Een hond is van nature een liefhebber van vet. De overgang naar
een voer met een lager vetpercentage zal in het algemeen niet
op prijs gesteld worden door het dier.
Droogvoeders hebben speciale coatings welke bepaalde smaakeigenschappen
heeft. Vaak wordt hiervoor poultrydigest, een kippenextract, voor
gebruikt wat door de honden graag wordt gegeten.
II ENKELE TIPS OM DE EETLUST TE STIMULEREN
Voeg heet
water toe aan droogvoeders en wacht vervolgens enkele minuten
alvorens het te geven aan de hond.
Water kan
vervangen worden door bouillon of wat (verdunde) jus.
Voeg een kleine
hoeveelheid poedermelk of geraspte kaas toe.
Voerwijzigingen
dienen geleidelijk plaats te vinden, zeker als het voer betreft
van verschillende merken of kwaliteitslijnen.
Als de hond
niet wil eten verwijder dan de bak dan na 20 minuten en bied het
voer 3 uur later opnieuw aan.
Zorg eventueel
voor competitie, een hond kan het slecht aanzien dat een andere
hond staat te eten.
Pas wel op dat deze "voernijd" niet ontaardt in een
vechtpartij.
Honden hebben
een voorkeur voor een licht zoute smaak, soms helpt het om een
beetje marmite door het voer te mengen. |