Artikel
     
'Castreren of steriliseren, de feiten op een rij.'

Door: Steven Schukking, dierenarts, Dierenartsenkliniek Kortenoord


Bij diverse rasverenigingen doen op dit moment de wildste verhalen de ronde over het castreren of steriliseren van een hond. Gesuggereerd wordt, dat bet advies van een dierenarts om een dergelijke operatie wel of niet uit te voeren gebaseerd zou zijn op winstbejag. Hoogste tijd dus om de feiten eens op objectieve wijze op een rij te zetten.

Terminologie

Het woord sterilisatie komt in feite uit de humane geneeskunde en wordt in de diergeneeskunde veelal eigenlijk foutief gebruikt. "Steriliseren" is het onderbinden van de eileiders of zaadleiders, waarbij de eierstokken respectievelijk de teelballen behouden blijven, met als doel onvruchtbaarheid van de patiënt (=steriliteit) te bewerkstelligen.
Bij honden en katten wordt eigenlijk altijd een "castratie" uitgevoerd: de eierstokken respectievelijk teelballen worden geheel verwijderd. Hiermee is het dier dus niet alleen steriel geworden, maar ook de productie van geslachtshormonen wordt stilgelegd.
Bij teven hangt het van de chirurg af of de baarmoeder ook verwijderd wordt bij castratie. Als de baarmoeder afwijkend is (bv. ontstoken) moet deze altijd verwijderd worden.

Voordelen van castratie van een teef

1. Loopsheidpreventie
Na een castratie zal een teef niet meer loops worden. Hoewel natuurlijk in de meeste gevallen de ongemakken van het hebben van een loopse teefoverkomelijk zijn, is het voor een aantal eigenaren een lastig iets: de uitvloeiing van de teef en opdringerige reuen bij het uitlaten en om het huis. Loopsheidpreventie kan ook door middel van een medicamenteuze behandeling bewerkstelligd worden
(anti-loopsheidinjecties). Deze behandeling brengt echter mogelijk een aantal bijwerkingen met zich mee. Het is dan ook niet aan te raden om dergelijke preparaten langdurig te gebruiken.

2. Verlaging van bet risico op tumoren van de melkklieren
Indien de castratie vroeg in het leven plaatsvindt, in ieder geval vóór de tweede loopsheid, zal de kans op het ontstaan van melkkliertumoren aanzienlijk kleiner worden. Honden die voor de tweede loopsheid gecastreerd worden hebben zeven maal minder kans op kwaadaardige melkkliertumoren dan honden die met of op latere leeftijd gecastreerd zijn.

3. Voorkomen van een baarmoederontsteking.
Een baarmoederontsteking bij honden ontstaat onder invloed van hormonen uit een zogenaamde Cysteuze Endometrium Hyperplasie (CEH). Onder invloed van progesteron dat na elke ovulatie (=eisprong) door de eierstokken geproduceerd wordt kan het baarmoeder-slijmvlies (=endometnum) zich gaan verdikken (=hyperplasie) en cysteus worden. Als dit veranderde slijmvlies ontstoken raakt, dan ontwikkelt zich hieruit een baarmoederontsteking. Dit kan een gevaarlijke situatie opleveren voor de teef, vooral als de baarmoeder-mond gesloten is waardoor de pus niet weg kan (=pyometra). In dit geval is zelfs een aantasting van de nieren of het ontstaan van een buikvlies-ontsteking mogelijk. De kans op een baarmoeder-ontsteking wordt groter naarmate de teef vaker loops is geweest (herhaalde invloed van progesteron).

4. Voorkomen van suikerziekte.
Het reeds genoemde geslachtshormoon progesteron kan het lichaam ongevoelig maken voor insuline. Hierdoor heeft een niet gecastreerde teef een grotere kans op suikerziekte.

5. Schijndracht.
Het schijndrachtig worden van een teef is in de natuur een compleet normaal fenomeen. In een roedel wolven of wilde honden worden de zogenaamde alfa-teven gedekt en de andere teven worden schijndrachtig (eigenlijk "schijnmoeder"). De schijndrachtige teven voeden ook daadwerkelijk de pups van de andere teven en dragen zo bij aan de verzorging. Bij onze gedomesticeerde huishond is bet schijndrachtig worden van een teef vervelend voor de baas en zo mogelijk nog vervelender voor de hond zelf. Daarnaast bestaat de indruk dat honden die regelmatig schijndrachtig zijn een grotere kans hebben op het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren.

Nadelen van castratie van een teef.
Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan een castratie:

1. Onomkeerbaarheid.
De ingreep is onomkeerbaar, dat wil zeggen eenmaal uitgevoerd is een castratie met meer terug te draaien.

2. Gewichtstoename.
Na een castratie heeft een teef sneller de neiging te zwaar te worden. Een aanpassing van de voeding is in veel gevallen noodzakelijk en het is aan te raden het gewicht van de hond na castratie regelmatig te (laten) controleren!

3. Incontinentie voor urine
Bij ongeveer 10-20% van de gecastreerde honden kan een hormonaal geïnduceerde urine-incontinentie optreden. Vooral bepaalde rassen blijken gevoelig en er lijkt een verband te bestaan met staart-amputatie (gecoupeerde staart). Er bestaat een verhoogd risico op onwillekeurig urineverlies na castratie bij de volgende rassen: Boxer, Dobennann, Dwergpoedel, Old English Sheepdog (Bobtail), Bouvier, Weimaraner, Riesen-Schnauzer en lerse Setter. De incontinentie is in het algemeen vrij goed te behandelen, maar behandeling zal de rest van het leven nodig zijn.

4. Verandering van de vachtstructuur.
Bij vooral langharige honden blijkt na castratie de vachtstructuur te kunnen veranderen. De vacht wordt dan dikker, krulliger en moeilijker te onderhouden. Dit komt voor bij o.a. de Cocker Spaniel, Afghaanse windhond en de New
Foundlander.

Voor- en nadelen van het castreren van een reu.

De voordelen van het castreren van een reu zijn veel minder talrijk dan van het castreren van een teef. In sommige gevallen kan een castratie van een reu het karakter positief beïnvloeden. Reuen met een zeer dominant karakter en/of een hyperseksueel gedrag kunnen na castratie een stuk rustiger worden en daardoor handelbaarder worden. Ook een overmatige uitvloeiing wat de voorhuid kan door een castratie verdwijnen. Een wat angstige en onzekere reu kan na castratie zich in het slechts geval ontwikkelen tot een angstbijter. Een gecastreerde reu heeft net als een gecastreerde teef meer kans op overgewicht
Medische redenen voor een castratie
Hierbij kan gedacht worden aan: suikerziekte bij een intacte teef, baarmoederontsteking, tumoren van de geslachtsorganen, prostaatproblemen, etc.

Het beste tijdstip voor een castratie van een teef

-leeftijd
Het mooiste tijdstip is tussen de le en de 2e loopsheid in, in ieder geval vóór de leeftijd van 2½ jaar. Na deze leeftijd gaan namelijk een aantal van de genoemde voordelen (met name de verkleinde kans op melkkliertumoren) minder zwaar meetellen. Een castratie voor de le loopsheid geeft echter verhoogde kans op een aantal genoemde nadelen: sterke gewichtstoename en het ontstaan van urine-incontinentie. Bovendien is er kans dat de ontwikkeling van de karakter-structuur van de bond met volledig zal zijn. Ook het uitwendig geslachtsapparaat kan onderontwikkeld blijven bij een te vroege castratie: de hond houdt dan een zgn. infantiele vulva, hetgeen het ontstaan van ontstekingen van de huid rond de vulva met zich mee kan brengen.

-moment in de cyclus
Het meest ideale is om in de "rustfase" van de cyclus een teef te castreren. Dit is tussen twee loopsheden in. Preciezer gezegd komt dit neer op 3 maanden na bet begin van de loopsheid. Rond de loopsheid is de doorbloeding van baarmoeder en eierstokken relatiefbeter, waardoor meer kans op bloedingen tijdens of na de operatie ontstaan, de eerste twee maanden na een loopsheid is er een grote kans op schijndracht na een castratie.
In bepaalde gevallen zal van genoemde ideale tijdstippen moeten worden afgeweken om medische redenen.

Slot opmerking

Er wordt vaak gezegd dat het steriliseren of castreren van een hond een onnatuurlijke ingreep is. U moet zich echter realiseren dat wij onze honden ook niet in een natuurlijke situatie houden en groot brengen (denk aan voeding, vrijheid van beweging etc.).

Als uw hond een normale cyclus heeft, de loopsheid volledig normaal verloopt, er geen sprake is van schijndracht of melkertumoren en als u als eigenaar weinig hinder ondervindt van de loopsheid van uw hond, dan is er geen reden om uw hond te laten castreren. Het is natuurlijk ook mm of meer de plicht van een hondeneigenaar om beperkt ongemak te accepteren, zonder daar onmiddellijk op in te grijpen. En gelukkig is de gemiddelde teef maar twee maal per jaar gedurende drie weken "ongesteld".

Het castreren van een hond wordt door ons dan ook niet beschouwd als een routinebehandeling die klakkeloos bij iedere teef(of reu) moet worden uitgevoerd. Geslachtshormonen hebben immers ook een functie in de stofwisseling en het gedrag van een bond. Het is dan ook van belang dat u, ondersteund door bovenstaande uiteenzetting over het castreren van honden, afhankelijk van de klachten en/of hinder die met de loopsheid van uw hond samenhangen een goede beslissing kunt nemen over het wel of niet castreren van uw hond. Deze beslissing zal tot stand moeten komen samen met uw dierenarts.

bron: Clubblad V.B.S.H.
 
naar boven